Kilometers stedentrips

Kijk na je volgende stedentrip eens ’s avonds op je telefoon. Grote kans dat de stappenteller op een getal staat dat je op een gewone werkdag nooit haalt. Twintigduizend stappen, soms meer, en dat dag na dag. Een stedentrip voelt als vakantie, maar voor je lichaam is het een meerdaagse wandeltocht met musea als rustpunten.

Waar die beroemde 10.000 stappen eigenlijk vandaan komen

Over stappen doen hardnekkige getallen de ronde, dus laten we het bekendste even ontkrachten. De norm van tienduizend stappen per dag is geen medisch advies maar een marketingvondst. Rond de Olympische Spelen van Tokio in 1964 bracht een Japanse fabrikant een stappenteller op de markt onder de naam Manpo-kei, letterlijk tienduizend-stappen-meter, mede omdat het Japanse teken voor tienduizend op een lopend mannetje lijkt. Het getal was gekozen om tellers te verkopen, niet omdat er onderzoek onder lag.

Waarom is dat relevant voor je stedentrip? Omdat het laat zien hoe weinig gevoel we hebben bij wat afstanden werkelijk met ons doen. Wie in het dagelijks leven vier- tot vijfduizend stappen zet en op reis ineens het viervoudige loopt, vraagt nogal wat van zijn voeten, knieën en rug. Dat gaat één dag goed. Op dag drie begint het gemor.

De kilometers zitten waar je ze niet plant

Het venijnige aan sightseeing is dat de afstanden onzichtbaar zijn. De route van je hotel naar het museum zoek je nog op. Maar de kilometers dáárbinnen telt niemand. Wie een groot museum grondig bezoekt, loopt binnen die muren alleen al een flinke middagwandeling bij elkaar, tergend langzaam bovendien, met veel stilstaan, en juist dat slenteren en stilstaan is vermoeiender dan stevig doorlopen. Voeg daarbij het rondje om het monument heen, de verkeerde afslag in een leuke wijk en de avondwandeling naar het restaurant, en je dagtotaal verdubbelt ongemerkt.

Niet het museum maar de kilometers eromheen bepalen hoe je een stad onthoudt. Wie kapot gelopen is, herinnert zich van de mooiste kathedraal vooral het bankje ervoor.

Zo houd je het meerdere dagen vol

Gelukkig is dit een oplosbaar probleem, en de oplossing begint onderaan. Goede schoenen zijn voor een stedentrip wat een goed matras voor je nachtrust is. Onzichtbaar wanneer het klopt, allesoverheersend wanneer het niet klopt. Kies een paar dat demping combineert met steun, en dat je al ingelopen hebt vóór vertrek. Veel stedentrippers zweren inmiddels bij de Gabor sneakers bij Durlinger, omdat die het gedempte loopcomfort van een wandelschoen verpakken in een model dat gewoon bij je citytrip-garderobe past. Op dag vier merk je pas echt wat dat waard is.

Verder helpt een handvol simpele gewoonten. Wissel intensieve loopdagen af met een dag waarop je een wijk kiest en daar blijft. Plan je zwaarste bezienswaardigheid in de ochtend, wanneer je nog fris bent. Ga zitten wanneer het kan, ook als je nog niet moe bent, want herstel werkt preventief het best. En neem ’s avonds even de tijd voor je voeten, hoe onromantisch dat ook klinkt na een dag vol schoonheid.

Plan je stad, maar plan ook je lijf

Op een platform vol bezienswaardigheden klinkt het bijna als vloeken, maar de beste stedentrip is niet de trip waarin je het meeste zag. Het is de trip waarin je op de laatste dag nog zin had in meer. Bekijk voor vertrek dus niet alleen wat een stad te bieden heeft, maar ook wat de dagen ertussen van je vragen. Een blik op Durlinger.com voor vertrek kost je vijf minuten, en die verdien je in elke stad dubbel en dwars terug.